Geschiedenis van de Jiddisje taal .. vervolg

In de 19de eeuw stelde Koning Willem I bij koninklijk besluit vast het West-Jiddisj in scholen af te schaffen. Dat ging maar heel langzaam. In de Amsterdamse Joden buurt werd het Jiddisj nog lang gesproken, geschreven en onderwezen. Het Oost-Jiddisj breidde zich verder uit. Joodse dorpen [sjtetls] lagen vaak dicht bij elkaar. Belangrijke Hebreeuwse auteurs begonnen in het Jiddisj te schrijven om het volk te bereiken [Mendele Moicher Sforim].
Een keerpunt waren de progroms eind 19de eeuw in Polen en Rusland. Uit Oost –Europa vertrokken 2,5 miljoen Joden en stichtten woongroepen met de Oost-Jiddisje taal in de VS [New York] Argentiniё en Palestina. Of ze haalden de reis over zee niet bv. door geldgebrek en bleven in West-Europa.
In de periode tussen de 2 wereldoorlogen maakte het Jiddisj in Polen en Oost-Europa een grote bloei door. Scholen en een Universiteit werden opgericht, literatuur, kranten, theater, alles gesteund door de Sociaal-Democratische Arbeiders bond, de Bund. Beroemde schrijvers zoals Sjolem Aleichem, Itzik Manger, de dichter Sutzkever schreven in het Jiddisj. De schrijver Isaac B. Singer emigreerde in 1933 door het opkomende antisemitisme naar Amerika waar hij in 1978 de Nobelprijs voor literatuur kreeg, nog altijd schrijvend in het Jiddisj .…… lees meer